Reactie op Nieuwsuur: Waterstof is één van de dragers van onze groene energietoekomst

Gepubliceerd op in Groene Waterstofeconomie

Gisteren werden in Nieuwsuur vraagtekens gezet bij de nationale doelen rond de ontwikkeling van waterstof als duurzame energiedrager en de investeringen die daarvoor nodig zijn. Er is, zo werd betoogd, simpelweg niet genoeg groene energie beschikbaar om tegemoet te komen aan de vraag naar waterstof, vooral vanuit de industrie, en tegelijkertijd aan de vraag naar groene stroom voor andere doelen.

Het is geen nieuwe discussie en het is logisch dat Nieuwsuur hier aandacht aan besteedt. Toch vinden wij het teleurstellend dat niet het volledige verhaal is verteld. Want als je alle argumenten op een rij zet, dan kun je alleen maar tot de conclusie komen dat het wel degelijk gerechtvaardigd is om in te zetten op een snelle ontwikkeling van waterstof als een van de cruciale groene energiedragers van de toekomst, nodig om niet alleen over genoeg groene elektronen, maar ook genoeg groene moleculen te beschikken.

Voorop staat dat alle voorspellingen het min of meer eens zijn over het volgende beeld: Een duurzame energiehuishouding van de toekomst bestaat voor een deel uit elektronen (groene stroom) en voor een deel uit moleculen (groene waterstof). In vrijwel alle scenario’s ligt het aandeel moleculen in 2050 ergens rond de 50%. Iedereen beseft dus: je hebt beide nodig. De vergroening van elektronen in de EU verloopt voorspoedig. Volledig groene stroom in 2050 moet haalbaar zijn. De vergroening van moleculen stagneert echter en blijft Europees op enkele procenten hangen. Hier moeten we als Europa en ook als land dus veel meer aandacht aan besteden. Waterstof is daartoe eigenlijk de enige serieuze grootschalige optie. De vraag moet dus niet zijn OF we waterstof gaan gebruiken, maar HOE we dat met voldoende tempo gaan realiseren. Het is jammer dat Nieuwsuur dit kernpunt niet duidelijker naar voren heeft gebracht.

De belangrijkste argumenten die daarnaast tijdens de uitzending werden overgeslagen zijn:

Meer inzetten op wind- en zonne-energie

In de uitzending wordt het aanbod van groene stroom neergezet als een statische hoeveelheid, terwijl dat vanzelfsprekend juist niet het geval is. Nederland is met een forse inhaalslag bezig en wij dringen er juist voortdurend op aan dat we in Nederland nog meer inzetten op de productie van groen energie uit wind en zon. Dat kan, als we er maar beleid voor willen maken. De constatering dat we nu nog te weinig groene stroom produceren moet juist een aansporing zijn om meer te doen, in plaats van een reden om te accepteren dat meer nu eenmaal moeilijk is.

Import uit het buitenland

Ten tweede ging men er ten onrechte vanuit dat alle groene stroom die we nodig hebben in de toekomst uit Nederland moet komen. Dit is een veel te simpele voorstelling van zaken. De energiemarkt is internationaal en is dat altijd geweest. Ook nu al importeert Nederland bijv. groene stroom uit Scandinavië, via aanlanding in Noord Nederland. Nederland speelt van oudsher een cruciale rol in deze markt. Het aanbod aan groene stroom in de hele Noordzee-regio zal de komende decennia enorm groeien. Wij zullen als EU een deel van onze groene stroom importeren, zoals we hier al lange tijd doen. En dat geldt ook voor groene waterstof. In de toekomst verwacht men ook groene waterstof uit zonne-energie te kunnen importeren vanuit Noord Afrika, Midden Oosten en elders.

Vraag creëert aanbod

Ten derde beschrijft men dat, als er meer vraag dan aanbod is, de prijs zal stijgen. Dit wordt aangemerkt als iets negatiefs. We moeten echter niet vergeten dat stijgende prijzen er juist voor zorgen dat meer en meer commerciële partijen zullen stappen in de productie van groene stroom. Dat is een normaal economisch mechanisme. Zo draagt een grote vraag naar groene waterstof via het marktmechanisme bij een meer aanbod van groen stroom.

Nederland heeft geen keuze: we moeten ook inzetten op de productie, transport/opslag en gebruik van waterstof. Sterker nog, wij kunnen van waterstof ons specialisme maken. Daar liggen grote kansen, ook op economisch gebied. Het is niet voor niets dat de eerste Europese waterstofregio (Hydrogen Valley) in Noord Nederland ligt. Wij juichen het toe dat de productie van groene waterstof op de agenda geplaatst wordt. En dat er in de media over gediscussieerd wordt. Het zal een van de dragers van onze energietoekomst zijn. Maar we hopen dat daar in de toekomst wel een evenwichtiger beeld van geschetst wordt.

Geschreven door Prof. Catrinus Jepma ·Wetenschappelijk adviseur, New Energy Coalition

New Energy Coalition is een groeiende netwerk- en kenniscoalitie die zich inzet voor een slimme en succesvolle overgang naar het duurzame energiesysteem van de toekomst. In Nederland en in de rest van de wereld. Wij bundelen kennis, ervaring, innovatie- en wilskracht van bedrijven, overheden en kennisinstellingen.

Talen: