Is de GTO de heilige graal voor het oplossen van netcongestie?

In december was het eindelijk zover: de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft, na uitgebreide consultatie met marktpartijen, de Energiewet aangepast om het delen van transportcapaciteit tussen grootverbruikers mogelijk te maken. Deze langverwachte wetswijziging biedt grootzakelijke netgebruikers de mogelijkheid om lokaal samen te werken en collectieve oplossingen te ontwikkelen voor de aanhoudende netcongestie middels groepstransportovereenkomst (GTO). Daarmee ontstaat lokale ruimte voor groei en verdere verduurzaming.

New Energy Coalition werkt al ruim drie jaar aan energiehub‑initiatieven in Noord-Holland Noord. In deze periode werd veelvuldig uitgekeken naar de komst van de groepstransportovereenkomst (GTO) als mogelijke uitweg voor bedrijven die vastlopen door netcongestie. Nu de GTO officieel is vastgelegd, delen we in dit opiniestuk onze inzichten over de praktische inzetbaarheid van deze collectieve oplossing.

In Noord-Holland Noord zijn wij momenteel betrokken bij negen energiehub‑initiatieven: zowel binnen het stimuleringsprogramma Energiehubs van de provincie als binnen de ontwikkeling van de eerste Renewable Energy Valley van Europa[1].

Al deze initiatieven worden geconfronteerd met netcongestie. En in ieder traject is de GTO daarbij op enig moment onderzocht als mogelijke oplossingsrichting. Dat is logisch: een GTO maakt het mogelijk om individueel transportcapaciteit om te zetten in een gezamenlijk beheerde capaciteit, waardoor samenwerking binnen een hub wordt ontgrendeld.

[1] Een Renewable Energy Valley is een lokaal gebied waar meerdere hernieuwbare energiebronnen worden geïntegreerd binnen verschillende gebiedstypen.

Wat verandert er aan netcongestie met GTO?

Veel grootverbruikers op het elektriciteitsnet hebben op dit moment een eigen transportovereenkomst met de netbeheerder, waarin een vaste hoeveelheid vermogen (bijvoorbeeld 100 kW) is vastgelegd. Dit vermogen is feitelijk “gereserveerd” op het elektriciteitsnet, ongeacht of het daadwerkelijk wordt gebruikt.

Wanneer bedrijven met individuele contracten willen samenwerken en hun verbruik op elkaar proberen af te stemmen, levert dat in de praktijk weinig op. Het vrijgekomen vermogen van het ene bedrijf kan niet automatisch worden benut door een ander; iedere aansluiting blijft immers gebonden aan zijn eigen contractuele limiet.

Met een GTO verschuiven de individuele “reserveringen” naar één gezamenlijke reservering van vermogen op het net. Zolang de groep gezamenlijk binnen deze grens blijft, bepalen de bedrijven zelf hoe ze de capaciteit onderling verdelen. Daarbij worden alle aangesloten locaties netto verrekend. Dat betekent dat flexibiliteit, zoals sturing op afname, teruglevering of opslag, binnen de groep beschikbaar komt voor andere deelnemers. De voordelen van samenwerking worden hiermee ontgrendeld.

Dit levert belangrijke voordelen op:

  • Samenwerking wordt effectief: als één bedrijf minder verbruikt, ontstaat er direct extra ruimte voor anderen.
  • Collectieve investeringen worden mogelijk: De duurzame invoeding van één deelnemer (zoals batterijen of PV) vergroot de beschikbare capaciteit voor de hele groep.
  • Vergroting van piekvermogen: Op bepaalde momenten kan één bedrijf significant meer vermogen gebruiken, waardoor netcongestie problemen kunnen worden opgelost.

Kortom: waar individuele contracten samenwerking beperken, creëert een GTO juist de mogelijkheid om gezamenlijk transportcapaciteit optimaal te benutten. Daarom zien wij de GTO als een belangrijke bouwsteen voor energiehubs en een krachtige route om congestie te verlichten.

Lessen uit de praktijk

De eerste plannen voor de GTO ontstonden al in 2022–2023, met een beoogde opleverdatum in 2024. In dezelfde periode werkte New Energy Coalition al projectmatig aan collectieve oplossingen voor netcongestie op bedrijventerreinen. Door de parallelle ontwikkeling van de wetgeving en de praktijkcases is er veel geleerd over deze nieuwe oplossingsrichting.

1) Geen papieren werkelijkheid

In de eerste collectieven die wij begeleidden, waren er bedrijven met ongebruikte ruimte binnen hun eigen contract. Zij wilden deze ruimte graag inzetten voor het collectief. Aanvankelijk leek dat logisch, vanuit het perspectief van de ondernemer is de contractwaarde namelijk allesbepalend, en daarmee het inbrengen van ongebruikte contract waarde een oplossing voor netcongestie. In de definitieve uitwerking van de GTO blijkt dit echter niet mogelijk. De netbeheerder stelt het groepsvermogen geheel opnieuw vast op basis van:

  • Collectieve netto historische verbruik (kWmax)[1], en
  • Bedrijfsplannen die al binnen de individuele capaciteit van deelnemers passen.

Dit betekent dat ongebruikte individuele contractruimte die niet conform planning wordt opgevoerd, niet wordt meegenomen in het collectieve vermogen en daarmee verloren gaat. In de praktijk betekent dit dat kansrijke collectieven, gericht op een GTO anders moeten worden samengesteld en dat het “vrijspelen” van groepscapaciteit vooral gezocht moet worden in flexibiliteit en complementaire (toekomstige) energie profielen.

2) Geen quick fix

Het concept ‘energiehub’ wordt veel besproken, en soms gezien als de oplossing voor netcongestie en (alle) andere energietransitie problemen. Ondernemers en ambtenaren denken geregeld dat deelname aan een hub, geregeld op basis van een GTO, de eenvoudigste en ultieme route is naar netcapaciteitsvergroting. De praktijk laat iets anders zien: collectieve oplossingen zijn vrijwel altijd complexer dan individuele maatregelen achter de meter, wanneer die mogelijk zijn.

Daarom onderzoeken we tegenwoordig eerst uitgebreid welke individuele maatregelen al genomen zijn en verwijzen we bij onvoldoende stappen door naar een andere partijen om hierin te ondersteunen. Bovendien geven we ondernemers vanaf het begin mee dat het opzetten van een collectief doorgaans drie jaar duurt en meer dan €200.000 kost[2]. Die eerlijkheid aan de voorkant voorkomt teleurstelling en helpt realistische verwachtingen te scheppen.

3) Onderling vertrouwen kost tijd

Ondernemers kennen hun “net-buren”[3] vaak niet. Met mensen die je niet kent, ga je geen intensieve samenwerking aan. Zeker niet wanneer verantwoordelijkheden, kosten en risico’s gedeeld moeten worden. En deze zijn er zeker bij een GTO. Onze ervaring; elke collectieve oplossing begint met het opbouwen van vertrouwen en het ontwikkelen van een gedeelde visie. Zonder dat fundament lukt geen enkele vorm van gezamenlijke sturing of gezamenlijke investering.

4) Klein beginnen om groot te worden

Collectieve oplossingen zijn complex en samenwerking tussen ondernemers vraagt om eenvoud in de eerste stappen. Met vijftien deelnemers krijg je geen contract ondertekend; met vijf vastberaden ondernemers, die al hinder ondervinden van netcongestie, wel. Vervolgens kunnen andere partijen één voor één worden toegevoegd.

Een start maken met een kleine, betrokken groep ondernemers die de waarde van innovatie zien en daadwerkelijk knelpunten ervaren, vormt de sterkste basis voor groei. Dit voordeel moet niet onderschat worden.

[1] Met mogelijke correcties
[2] Inschatting op basis van eigen projecten
[3] Aansluiting die op basis van infrastructuur met elkaar kunnen samenwerken

Conclusie komst groepstransportovereenkomst

De komst van de GTO markeert een belangrijke stap in de transitie naar een flexibeler, slimmer en meer samenwerkend energiesysteem. Toch is de GTO geen wondermiddel. Het vraagt om een andere manier van denken, langdurige samenwerking, vertrouwen tussen ondernemers en een realistische aanpak die begint bij kleine, concrete stappen. Het is ook belangrijk om te vermelden dat niet elke energiehub een GTO behoeft. Oplossingen voor netcongestie blijven maatwerk.

Wat we in Noord-Holland zien, is dat collectiviteit werkt. Maar alleen wanneer bedrijven bereid zijn om samen verantwoordelijkheid te nemen voor hun energievoorziening. De GTO biedt daarvoor een waardevol instrument. Vanuit New Energy Coalition blijven wij werken met ondernemers, netbeheerders en overheden om deze kans te benutten en gezamenlijk te bouwen aan het energiesysteem van de toekomst.

Deze experts werken mee

Armin Zegwaard

Projectmanager Energiehubs

Als projectmanager ben ik gespecialiseerd in systeemintegratie. Mijn achtergrond in duurzaam energiemanagement heeft mij een breed scala aan expertise opgeleverd, van energiehubs en energieopslagsystemen tot flexibiliteitsmarkten. Bij New Energy Coalition zet ik deze kennis in om bedrijventerreinen te ondersteunen bij hun transitie naar een duurzamer energiesysteem. Mijn werkzaamheden richten zich met name op netcongestie en de ontwikkeling van toekomstbestendige energievoorzieningen.

Expertises: Netcongestie Energieopslag Verduurzamen bedrijventerrein Modellering van energiesystemen